In eerste instantie was de gracht niet aangelegd om vervoertechnische redenen, en ook niet voor het mooie uitzicht. Op oude prenten valt op dat er nauwelijks bootjes varen en dat er geen schepen met waren zijn aangemeerd. Het primaire doel was ontwatering van de zompige bouwgronden. Dat neemt niet weg dat het water wel handig en fraai was. Nog aantrekkelijker werden de grachten door de bomen die al snel werden geplant, mooi en schaduwrijk maar wederom niet geschikt om bij te laden en lossen.
Van 1614 tot heden
In de negentiende-eeuw beheersen neoclassicisme, neorenaissancisme en andere stijlvormen het totaalbeeld. De negentiende-eeuwse mode van het verplaatsen van de ingang naar de begane grond en daarmee de sloop van de stoepen veranderde ook veel in het aanzicht van de grachtenpanden. Een stoep voor een negentiende-eeuwse gevel wijst dientengevolge vaak op een pand dat in de kern veel ouder is.
In deze tijd doet ook de grootschaligheid haar intrede. Dit fenomeen breidt zich met name in het eerste kwart van de twintigste eeuw uit, er wordt veel gesloopt ten faveure van banken en kantoren die hun accommodatie willen vergroten. Deze tendens zet verder door waardoor de verhouding wonen-werken in de twintigste- eeuw weer kantelt. Kortom, de Herengracht is qua bebouwing een mengeling van zeventiende-, achttiende- en negentiende-eeuwse stijlen met hier en daar ook iets twintigste-eeuws.
Wat betreft de bestrating is nog vermeldenswaardig dat er vroeger geen verhoogd voetgangerstrottoir bestond zoals nu, maar enkel differentiatie in materialen; klinkers langs het water en de huizen en hardstenen keien voor de wagens in het midden.
Sinds enige jaren probeert men de inrichting weer eenvormiger te maken. Gebakken klinkers in plaats van de betonnen exemplaren en brede hardstenen stoepranden in plaats van de door velen verfoeide Amsterdammertjes, de anti-parkeerpaal uit de jaren zestig van de vorige eeuw die voor velen een doorn in het oog is. De nieuwe inrichting is niet helemaal zoals vroeger, maar op een rustige zondagmorgen kan de wandelaar weer bijna net zo genieten als in het verre verleden.
