Shinkichi Tajiri

Shinkichi Tajiri
Los Angeles 1923 – 2009 Baarlo
Beeldhouwer – tekenaar – fotograag – filmer – dichter
‘Drie thema's zijn belangrijk voor me: snelheid, erotiek en geweld’

‘Door de oorlog ben ik in Nederland terecht gekomen. En door de oorlog ben ik kunstenaar geworden’, zegt Shinkichi Tajiri in de documentaire Tajiri’s Labyrinth. Hij legt uit: ‘Het is waanzin wat je doet in een oorlog. Waartoe je in staat bent. … Dat is precies waarom ik kunst maak. Om dat idee uit mijn gedachten te bannen.’

Er zijn meer redenen waarom de oorlog zo belangrijk voor hem was. Tegen Bibeb zei hij: ´Oorlog is erotisch. Oorlog is een deel van ons wezen, we zijn aangetast.’

De schrijver-dichter Jan Elburg gaf een mooie karakterschets van Tajiri: ‘Hij was een er zéér Japans uitziende … afstammeling uit een samoerai-geslacht, krijgsman inderdaad, die wanneer hij getergd werd, de haren van snor en hoofd als een boze kater omhoogzette. Maar meestal was hij heel bescheiden, heel rustig en voor zijn vrienden een engel van een man.'

Dichter Simon Vinkenoog vond de volgende beschrijving van Hugh Weiss het treffendst: ‘Het besef dat hij een “outsider” was, was misschien wel het begin van zijn vrijheid. Wanneer je weet dat je vrij bent, en van niemand afhankelijk bent, dan voelt het alsof je met de wolken kan spelen! Dan realiseer je je opeens dat je meer vleugels hebt en minder wortels ... en dan is “the sky's the limit”. Shinkichi was de eerste échte vrije kunstenaar die ik persoonlijk mocht ontmoeten.’

Leven
Shinkichi Tajiri werd op 7 december 1923 geboren in de wijk Watts in Los Angeles. Hij was het vijfde van zeven kinderen van het Japanse immigrantenechtpaar Ryukichi Tajiri and Fuyo Kikuta. In 1936 verhuisde het gezin naar San Diego, waar vader Ryuchiki drie jaar later overleed.

Op 7 december 1941, Shinkichi’s achttiende verjaardag, veranderde de wereld van de familie Tajiri drastisch: op die dag bombardeerde Japan Pearl Harbor, waarna de VS Japan de oorlog verklaarden. Een paar maanden later werden alle Japanners en Japanse Amerikanen in ‘concentratiekampen’ opgesloten. Moeder Tajiri en haar zeven kinderen moesten naar een kamp in de woestijn van Arizona. Tajiri: ‘Het was niet zoiets verschrikkelijks als de Holocaust. Maar we waren Amerikaanse staatsburgers! We hadden niets misdaan, er was geen enkele vorm van proces, ze beschuldigden ons nergens van.’

In 1943 zag hij kans het kamp te verlaten door dienst te nemen in het Amerikaanse leger. Tajiri: ‘Er werden vrijwilligers gevraagd voor een legereenheid Japanse Amerikanen. Ik ben niet gewelddadig. Ik wilde niet doden. Ik wilde uit het kamp komen en dat hield in dat ik me dus als soldaat moest gaan gedragen. De periode had enorme invloed op me. Op mijn karakter, op hoe ik tegen de dingen aankeek.’

Het 442ste Gevechtsteam van Tajiri vocht in de voorste linies. Velen sneuvelden. Tajiri, die bij de zware mitrailleurs was ingedeeld, raakte gewond tijdens gevechten in Italië. Een kogel ketste tegen een steen waarop hij lag en drong met ruim honderd stukjes steen in zijn knie en bovenbeen. De helft ervan bleef zitten.

Na de oorlog vestigde Tajiri zich in Chicago, waar hij bij een antiekhandelaar ging werken en aan het Chicago Art Institute ging studeren. Maar erg welkom voelde hij zich niet: ‘Nadat ik in een concentratiekamp was gestopt en voor mijn land had gevochten, kwam ik thuis, terug van de oorlog en werd nog steeds een “Jap” genoemd. Hoe kon ik in zo’n atmosfeer mijzelf ontdekken?’ Hij besloot naar Parijs te gaan.

Hij zag daar kansen omdat de Russische kunstenaar Ossip Zadkine in Parijs een academie met een klas voor G.I.-studenten was begonnen. Deze beschikten namelijk over de begeerde dollars en extra studiegeld. Tajiri meldde zich aan vanuit de VS en werd toegelaten. Hij arriveerde op 28 september 1948 in Parijs.

Van Zadkine leerde hij onder andere leegte in zijn sculpturen aan te brengen.

Een van de modellen bij Zadkine was de Nederlander Simon Vinkenoog. Tajiri: ‘Simon had een prachtig lichaam, zo wit als marmer. Een Lehmbruck. Hij was een prater en was goed op de hoogte. Door hem leerde ik de Cobramensen kennen. Ik ontmoette iedereen uit Holland.’

Het klikte tussen de kunstenaars ‘Wat mij bond aan Cobra was het experimentele. Want ik experimenteerde voortdurend’, zei hij zelf hierover. In 1949 werd hij gevraagd deel te nemen aan de Cobratentoonstelling in het Stedelijk Museum van Amsterdam. Hij werd er nadrukkelijk gepresenteerd als Amerikaan om het internationale karakter van de Cobrabeweging te onderstrepen.

De dichter Jan Elburg, die ook meedeed, herinnerde zich: ‘Hij was voor de tentoonstelling uit Parijs, waar hij na zijn afzwaaien als militair aanvankelijk van een beurs had geleefd, naar Amsterdam gekomen met een stuk of wat mooie gouaches en een groot gipsen beeld van – ja hoor – een ‘Warrior’, dat zwaar beschadigd in het Stedelijk Museum aankwam en dat hij met oosters geduld, zoals men dat noemt, en met een klein troffeltje perfect restaureerde.’

In 1951 deed hij mee aan de laatste Cobratentoonstelling in Luik. Hij kreeg zelfs een eigen zaal toegewezen.

In datzelfde jaar hield zijn Amerikaanse beurs op en ging hij door geldgebrek gedwongen werken met schroot dat hij uit de Seine opviste of van vuilnisbelten haalde. Met het afval ging hij verder zijn fantasiefiguren samenstellen. Zijn werk heeft dan al echte Tajiri–kenmerken en –onderwerpen als strijders, erotiek, wonderlijke landschappen en gebouwen en mythische mensdierfiguren. De laatste zijn te zien in zijn Rue d’Odessa, dat zich in de Ambassadecollectie bevindt. Is de kater Tajiri zelf in zijn atelier, dat zich in de Rue d’Odessa bevond? Met op de achtergrond een beeld dat tot leven is gekomen? Tajiri zei zelf over de relatie tussen hem en zijn werk: ‘Er moet een dialoog zijn tussen jou en het beeld. En op een zeker moment zegt het beeld “hoho ik ben af”.’ Die scène lijkt zich hier af te spelen.

Shinkichi Tajiri, Rue d’Odessa, 1951. Inkt, waterverf en potlood op papier, 140 x 200 mm, Collectie Ambassade Hotel

Tajiri kwam steeds meer met Nederlanders in contact. Vanaf 1950 kochten Nederlandse verzamelaars als Aldo van Eyck, Martin Visser en museumdirecteur Willem Sandberg zijn werk. In 1953 begon hij een relatie met de Nederlandse kunstenares Ferdi Jansen, hoewel hij al getrouwd was, met een Française.

Elburg over Ferdi en Tajiri: ‘Vaak stoven zij samen, kleine mensjes op een gigantische motorfiets, in één nachtelijke ruk van hun Parijse atelier naar de Amsterdamse sociëteit De Kring om, na hun voorraad vriendschappelijke warmte te hebben bijgetankt, terug te scheuren. Uiteindelijk zagen zij in dat het eenvoudiger was zich metterwoon in Holland te vestigen.’ Ze gingen wonen aan de Oudezijds Achterburgwal 151 in Amsterdam. In 1957 trouwde Tajiri met Ferdi Jansen, met onder anderen Simon Vinkenoog en de cineast Jan Vrijman als getuigen.

Verrassend snel werd Tajiri als ‘Nederlandse kunstenaar’ opgenomen in de Nederlandse kunstscene en als ‘Nederlander’ uitgezonden naar buitenlandse tentoonstellingen. Zo exposeerde hij in 1958 in zijn geboorteland de VS naast onder meer Appel en Rooskens.

De Tajiri’s gingen begin jaren zestig, met hun twee dochters, in kasteel Scheres in Baarlo wonen, waar zij een buitengewoon creatieve tijd hadden samen. Tajiri vertegenwoordigde Nederland met anderen op de Biënnale van Venetië. En Ferdi brak door met haar exotische zachte bloemen en natuursculpturen, ook wel hortisculpturen genoemd. Het heeft niet lang mogen duren. In 1969 kwam Ferdi om bij een ongeluk in huis. Tajiri bracht een hommage aan haar in de vorm van een boek. In 1976 hertrouwde hij met Suzanne van der Capellen.

Over waar hij zich thuis voelde zei hij aan het eind van zijn leven ‘Misschien word ik steeds Japanser. Ik voel me Amerikaan noch Nederlander. Ik heb 8 jaar in Frankrijk gewoond’, maar hij besluit kort hierop toch met: ‘Ik denk dat ik me toch vooral nog Amerikaan voel. Maar ik woon daar niet, om politieke redenen.’

Tajiri is in totaal zes weken in Japan geweest. Het bleek een grote teleurstelling, hij kreeg geen contact met de mensen.

In 2007 kreeg hij het Nederlands staatsburgerschap. In datzelfde jaar onthulde koningin Beatrix een beeldhouwwerk van hem in Venlo. In 1991 had de koningin, zelf beeldhouwster, in haar eigen collectie een werk van Tajiri laten opnemen.

In 2009 overleed Tajiri in Baarlo.

Werk

‘Als beeldhouwer wil je op Aarde sporen van je bestaan achterlaten.’ Tajiri 1974

Behalve Rue d’Odessa is er nog een werk uit Tajiri’s Parijse tijd in de collectie van het Ambassade Hotel. Het staat bekend onder twee titels: Hermafrodiet en Manscape. Het heeft een vruchtbare, natuurlijke vorm, waarin een heel gezin lijkt te zijn samengesmolten en van ronde vrouwelijke of ronde mannelijke – de ‘ballen’ – details is voorzien. Een tweeslachtig wezen.

Shinkichi Tajiri, Hermafrodiet (ook bekend onder de titel Manscape), 1950. Geoxideerd ijzer. Hoogte 144,5 cm. Init. D, inscr. 1 ST 50 (basis). Collectie Ambassade Hotel

Tajiri deelde met de andere Cobrakunstenaars een enorme behoefte aan experiment, in zijn geval vooral met materiaal. Zo begon hij in 1957 een ´molar brick´-techniek te ontwikkelen door bakstenen mallen te maken waarin hij brons kon gieten.

Shinkichi Tajiri, Krijger, 1957. Brons. Hoogte 170 mm, Uniek exemplaar, collectie Ambassade Hotel. Tentoongesteld: Amsterdam, Stedelijk Museum 1960, nr. 12
Japanse samurai in volle wapenrusting, rond 1860 (bron: Wikipedia)

Het bronzen beeld in de collectie van het Ambassade Hotel lijkt aan de ‘molar brick’-periode vooraf te zijn gegaan. Het is een karakteristieke Tajirikrijger. In dit geval – waarschijnlijk – een compacte samoeraifiguur. Alleen is hier de helm het hoofd geworden en de hoofdtooi de mond.

Tajiri: ‘Al die demonen, die nachtmerries uit de oorlog moest ik uitbannen. Dus begon ik aan een serie van beelden van strijders. Dat thema is de rode draad in m’n werk, m’n hele leven lang.’

En Dick Hillenius: ‘Ook in zijn materialenkeus is Tajiri duidelijk een "territorial animal". Er is nauwelijks sprake van keus, alles gebruikt hij, schroot, glanzend gepolijst chroomstaal, plastic, film, de laatste jaren steeds vaker druktechnieken. Maar wat hij ook gebruikt, zoals een plant dode stoffen omzet, tot levend weefsel van de eigen soort, zo zijn al Tajriri’s producten duidelijk van hem afkomstig.’

Tajiri’s werk is over de hele wereld te zien geweest en opgenomen in grote museale collecties. Zo nam hij deel aan de tentoonstelling The Art of Assemblage in het Museum of Modern Art in New York in 1961. In 1962 was werk van hem te zien op de Biënnale van Venetië. In 1964 exposeerde hij op Documenta in Kassel.

Shinkichi Tajiri,Fantasiedier, 1954. Litho. 22 x 22 cm. Collectie Ambassade Hotel

Literatuur
Jan Elburg Geen letterheren. Uit de voorgeschiedenis van de vijftigers
Het elektrisch bestaan. Schrijvers en tijdschriften tussen 1949 en 1951
Piet Calis
Krantenknipsels KB historische kranten (zoals interview 1958)
Willemijn Stokvis, Cobra etc
Simon Vinkenoog, Herem'ntijd,
9, rue d’Odessa The Tajiri Genealogy
168-2001
De taal van Cobra
Shinkichi Tajiri,
Hestia Bevelaar, Els Barents, SDU uitgeverij Openbaar kunstbezit 1990