Eugène Brands

In de collectie van het Ambassade Hotel bevinden zich diverse werken van Eugène Brands. Hieronder volgt een korte uitleg over wie deze kunstenaar was en wat de achtergrond is van de werken die u in het hotel kunt zien.

Eugène Brands
1913 – 2002
Schilder - dichter – schrijver – muziekverzamelaar
“Ik ben een lyrisch abstract en experimenteel schilder”

Eugène Brands, “Zonder titel”, 11-6-1950. Collectie Ambassade Hotel

In 1948 schreef Eugène Brands, in zijn artikel ‘To the Point’, in het blad Reflex over de Experimentele groep Nederland waar hij net lid van was geworden: ‘Wij zijn in de eerste plaats optimisten. En dit kost ons geenszins de door u wellicht vermeende inspanning. Wij hebben deze jonge groep opgericht, en beschikken over veel minder geld en waardering voor ons werk, dan over idealen. En dit is de juiste verhouding.’

Meer dan 50 jaar later en een jaar na zijn dood wordt in 2003  in de documentaire Het universum van de schilder Eugène Brands door goede bekenden Brands’ karakter en zijn werk geschetst:

Galeriehoudster Cora de Vries: 'Hij was magiër, individualist. Iemand die de ruimte beschreef als het ware met een prachtige warmte.’ Kars Persoon vult dit aan met de indruk die zijn studenten van hem hadden: ‘Wij zagen hem wel als een man met een zekere magie om zich heen, vol ringen en vriendelijkheid.’ Collega schilder en collega Experimenteel Karel Appel schetst zijn werken als Meditatieve ruimtes. Galeriehouder John Josten ‘Zijn schilderijen waren Haiku:  met zo weinig mogelijk tekens, toestanden, niet teveel toeters en bellen iets neerzetten’

Cora de Vries beschrijft de werken die zij op dat moment, ca 2003, om zich heen ziet: ‘De dingen die kunstenaars maken zijn allemaal een soort zelfportretten. Zij vertalen de innerlijke wereld in beeld en ik zie niet anders dan prachtige zeer optimistische beelden. Ook al zit er soms veel zwart in, maar dat is de kosmos, de vertaling van de kostmos. Dus dat heeft niets met pessimisme te maken.’

Leven
Eugène Brands werd in 1913 in Amsterdam geboren. Zijn ouders verhuisden kort hierna naar de Nederlandse badplaats Zandvoort waar hij zijn verdere jeugd doorbracht. Hij volgde opleidingen voor reclametekenen. Daarna koos hij voor het vrije kunstenaarschap.

Geïnspireerd door tentoonstellingen over de surrealisten en de abstracte kunst in 1938 in Amsterdam ging hij assemblages maken van spulletjes die hij op het strand vond in Zandvoort. Tegelijkertijd ging hij experimenteren met verf en taal. In de Tweede Wereldoorlog verhuisde hij terug naar Amsterdam en ging, beïnvloed door de ecriture automatique van de surrealisten, met houtskool, inkt en gouache kosmisch aandoende voorstellingen creëren. Hij liet de materialen vloeien, spatten, stippelen en ontdekte nieuwe richtingen.

Hiermee trok hij in 1945 de aandacht van de kersverse directeur van het Stedelijk Museum in Amsterdam Willem Sandberg.

Brands kreeg van Sandberg in 1946 een grote kans in de tentoonstelling 10 Jonge Schilders. Hij was zelf enorm verrast hierover: ‘ik zag tot mijn verbijstering dat Sandberg een heel zaaltje voor mij had gereserveerd…. hij had alles uitgestald. Het waren wel zestig dingen. Ik geneerde mij voor mijn collega’s.’ De schilders Karel Appel, Corneille en Anton Rooskens raakten zeer onder de indruk van Brands’ werk en gingen in navolging van Brands ook assemblages maken. Appel en Brands bleken bovendien tegenover elkaar aan de Oudezijdsvoorburgwal te wonen. Toen ook nog hun gezamenlijke passie voor muziek bleek werd het contact intensiever tussen de kunstenaars.

Brands was al voor de oorlog een verwoed verzamelaar van Afrikaanse muziek, muziek uit Tibet, Jazz en muziek van zwarte gevangenen in de USA, de zogenaamde worksongs. Voor hem was deze muziek direct met zijn werk verbonden. Hij maakte er ook een gewoonte van om zijn ‘plaatjes’ te draaien bij openingen en andere speciale gelegenheden. Het oerkarakter van deze muziek werd enthousiast in woord en beeld vertaald door zijn schilderende en schrijvende collega’s.

Eugène Brands, “Zonder titel”, 1/12 48-9. Collectie Ambassade Hotel

Constant was in 1948 vier keer bij hem op bezoek geweest om hem te vragen deel te nemen aan de Experimentele groep Nederland. Volgens Brands zei Constant over Brands kunstenaarschap: ‘de ondogmatische manier waarop je werkt past erg bij het experiment‘. Na lang aarzelen, Brands was geen groepsmens, stemde hij toch in. Op 19 augustus 1948 werd hij ‘ingewijd’.

Vanaf dat moment werden vergaderingen van de Experimentelen ook in Brands’ huis gehouden. Jan Elburg geeft een beschrijving van de woning van Brands in de jaren veertig: ‘Vergeleken bij de behuizingen van de andere schilders was zijn woning echt een hoogtepunt van interieurkunst. Hij had overal het behang en de betengeling van de muren verwijderd en het te voorschijn gekomen ruwe metselwerk wit gesausd, in onze dagen niet ongewoon maar destijds iets sensationeels…. Toen wij op die 17de januari bij hem vergaderden, bleek hij weer een inval te hebben gehad. Hij huldigde nu de opvatting dat de mensen over het algemeen te hoog boven de vloer leven en had de poten van alle meubelstukken drastisch ingekort.'

Eugène Brands, Reflex, 12/48 and 48
designs for the Reflex magazine of the Dutch Experimental Group, Ambassade Hotel Collection.

Eind 1948 ging de Experimentele groep Nederland op in de internationale Cobrabeweging (zie Cobrapagina)

Vanaf de inwijding bij de Experimentelen begon Brands brieven aan Sandberg te sturen met een voorstel voor een tentoonstelling in het Stedelijk Museum met zijn nieuwe Nederlandse en internationale collega’s. Hoewel het even duurde bleek deze actie in 1949 succes op te leveren. Ze kregen van Sandberg acht zalen ter beschikking.

Het zou een legendarische gebeurtenis worden met veel rumoer. Dat begon al bij de inrichting. Dichter Jan Elburg die ook deelnam: ‘Iedereen maakte ruzie met iedereen tijdens het inrichten van de tentoonstelling'. Verzamelaar Martin Visser: ‘Dan kregen ze een bepaalde plaats aangewezen. Gingen ze erbij zitten bang dat er een ander iets op zou hangen. Zelfs Eugène Brands als die weg moest zette hij zijn vrouw op die plaats. Zij moest de plaats bewaken.’

De opening van de tentoonstelling werd begeleid met Afrikaans tromgeroffel afkomstig van een van de vele platen van Brands. Een paar dagen later werd een speciale avond georganiseerd met gedichten en muziek. De muziek werd wederom door Brands verzorgd. De bijeenkomst ontspoorde in een grote rel met vechtpartij. Met grote moeite en op het nippertje kon de kostbare platencollectie van Brands gered worden. Brands trok zich hierna terug uit de Cobrabeweging en de Experimentele groep. Hij was het niet eens met het politieke geharrewar en het gedoe dat er was ontstaan. En hij was teleurgesteld over het gebrek aan collegialiteit tijdens het inrichten. Later zei hij wel dankbaar te zijn dat hij aan het avontuur had meegedaan en het Cobra etiket had gekregen. Hij was anders, dacht hij, over het hoofd gezien.

In zijn werk ontwikkelde Brands, omstreeks de zelfde tijd van de breuk, een heel eigen stijl. In zachte tinten ontstaan vormen die uitvloeien in zich vertakkende vlekken.

Eugène Brands, “Zonder titel”, 4-1-1951. Collectie Ambassade Hotel

Vanaf ongeveer 1950 concentreerde Brands zich, in navolging van de Cobra gedachte, op de tekeningen van zijn dochter Eugenie. In zijn werken blijven ook hier magische en symbolische tekens te voorschijn komen. Bovenstaand werk is bijvoorbeeld in die periode gemaakt.

Eugène Brands, “Landschap met kerk” , 1955. Collectie Ambassade Hotel

In de jaren zestig veranderde zijn werk weer van richting. Wolkige, vegerige,  zachte, gerande, ronde figuren worden dan typisch in zijn oeuvre. Zelf zegt hij de voorkeur aan  kleur te geven boven de vorm, omdat kleur vrijwel uitsluitend aan het intuïtieve gevoel appelleert. Ook benadrukt hij: ‘ik máák niets, het ontstaat.’

Karel Appel zei bewonderend over de latere werken van Brands: ‘Het niets zijn in die ruimte dat is een fantastisch idee. Dat je dat in je hebt. Dat was bij Eugene Brands heel aanwezig. Dat vind ik een van zijn goede kanten.’

Eugène Brands, “Zonder titel”,15.11.64-3. Collectie Ambassade Hote

Brands noemde zichzelf principieel autodidact. Dat weerhield hem niet les te gaan geven op een academie van jonge kunstenaars. Daar leerde hij de studenten niet alleen naar hun werk,  maar ook naar hun schilderspalet te kijken. Wat was daar toevallig op ontstaan? Soms bleek de voorstelling op het palet interessanter te zijn, dan het werk waar ze mee bezig waren.

Brands is zijn hele leven blijven tentoonstellen. Vanaf 1951 nam Brands onder andere deel aan tentoonstellingen van Vrij Beelden, Creatie en Liga Nieuw Beelden. Zijn werk is in Nederland in de meeste grote museumcollecties, privécollecties en bedrijfscollecties, zoals in die van de Bijenkorf opgenomen.

Eugène Brands , “Landschap”, 1966. Collectie Ambassade Hotel
Eugène Brands, “Zonder titel”, Collectie Ambassade Hotel

Meer over Theo Wolvecamp, Karel Appel, Corneille, Constant, Jacques Doucet, Anton Rooskens, Dotremont, Tajiri, Cobra, de locaties waar de werken hangen, Wouter Schopman (de verzamelaar).