Christian Dotremont

Christian Dotremont
Tervuren 1922 – 1979 Buizingen
Schrijver – dichter – kunstenaar

 

‘Dotremont was een man van de letteren, een schrijver. Het was iemand vol humor en vindingrijkheid. Een soort Avonturier. Iemand zonder huis of haard. Hij ging waar zijn verbeeldingskracht of verlangen hem leidden’, zei mede-Cobra-oprichter Joseph Noiret.

Zijn vriend Jean-Clarence Lambert beschreef een ontmoeting met hem: ‘Dotremont kwam ons vergezellen voor het avondeten. Gekleed in een grote donkere overjas, de kraag opgetrokken, met de pas van een trapper, te snel de adem verliezend, rimpels op het voorhoofd, borstelige snor en op het hoofd een Laplandse hoed in de kleuren blauw, geel, rood met vier punten. Hij ging bij ons aan tafel zitten, zonder mee te eten, en rookte de ene na de andere sigaret. Hij wist het overigens. Het was zijn uitdaging. “Je dagen zijn geteld, maar niet de eeuwen die erin zitten.”’

En vriend Karel Appel over zijn relatie met Dotremont: ‘Toen ik, met Corneille, bij Christian Dotremont op bezoek kwam in zijn kleine appartement in de rue de la Paille sprak ik geen Frans en hij geen Nederlands. Maar we begrepen elkaar meteen prima. Dat zijn dingen die je voelt. … Dotremont kwam vaak naar mijn atelier in Parijs in la rue Brézin. We hebben samen woordschilderijen gemaakt. Ik begon met grote kleurvlekken, dat was mijn inbreng, hij schreef daarin. Hij hield ervan met woorden te spelen. Hij had een groot gevoel voor humor.’

Appel en Dotremont zijn altijd goed bevriend gebleven.

Nogmaals Lambert: ‘Dotremont hield van directe en persoonlijke relaties. Allereerst was hij er voor zijn vrienden, hij was terughoudend met het op de voorgrond treden alsof hij een geheim beschermde, dat toch van tijd tot tijd boven water kwamen drijven.’

Leven
Dotremont werd op 12 december 1922 geboren in Tervuren vlak bij Brussel. Zijn ouders waren beiden schrijvers en ook Dotremont begon al vroeg te schrijven. Het echtpaar Dotremont scheidde in 1930, waarna het leven van Christian zich in pensions ging afspelen. In zijn pubertijd vond hij school maar niets en hij stopte met zijn opleiding in 1938. Hij wilde liever lezen en schrijven, en dat ging hij ook doen.

Hij leerde in 1940 René Magritte en Raoul Ubac kennen, waardoor hij in contact kwam met de surrealisten. In 1941 vertrok hij naar Parijs en ontmoette daar Pablo Picasso, Henri Goetz, Jean Cocteau en Alberto Giacometti en meer (vooral Franse) surrealisten met wie hij ging samenwerken. Dotremont: ‘Ik herinner me dat in de loop van diezelfde jaren Arnaud in Parijs het tijdschrift La Main à Plume, uitgeeft, dat schilders, beeldhouwers, schrijvers, etnologen samenbrengt, ‘surrealisten’ en ‘abstracten’, onbekenden als Arnaud en mijzelf, beroemdheden als Picasso en Éluard van wie we Poésie et Vérité publiceerden.’

In de oorlog trouwde Dotremont met Ai-Li Mian. Zij had een Chinese achtergrond en Dotremont raakte gefascineerd door China, het land, de taal en de tekens. In een lange brief aan Constant zou hij later schrijven over de invloed van die achtergrond op hem: ‘Mijn vrouw is half Chinees, ik droom nu al jaren van China, ik heb Chinese teksten gelezen, ik begin Chinees te begrijpen, Cocteau heeft me veel verteld over China, ik heb boeken gelezen over China, over de Chinese karakters.’

Na de oorlog kwam hij meer en meer in conflict met de surrealisten en ontmoette hij Asger Jorn, wat uiteindelijk leidde tot de oprichting van Cobra in Hôtel Notre-Dame in Parijs. Hij stelde een document samen dat door Constant, Corneille, Appel, Noiret en Jorn werd ondertekend. Later zou hij terugkijken op de invloed die dit legendarisch geworden document heeft gehad op de ondertekenaars met: ‘Je hebt de teringlijders en je hebt de gefortuneerden; de enen woonden hun leven lang op smoezelige kamers in krakkemikkige logementen of sanatoria en de anderen hebben nu grote lofts, dure vakantiehuizen en zonnige ateliers in Parijs, New York, Cavaillon of Monaco. Zes gram, meer niet, woog het opstandige Cobra-manifest van 1948 – “één grammetje per dichter of schilder”, een lichtgewicht-akte vergeleken met de loodzware catechismus van de surrealisten of de verstikkende ordonnanties van hun “superpaus” André Breton. Dat Cobra-grammetje bracht voor sommigen een fortuin; de anderen gingen er onherroepelijk aan dood.’

Dotremont nam de organisatie van Cobra op zich. Hierdoor werd Brussel het centrum van de beweging. Dotremont: ‘Indien ik me intens met het organiseren bezighield, dan was dit opdat wij ons eens helemaal zouden kunnen uitleven.’ Maar hij ontwikkelde zich ook als beeldend kunstenaar. Noiret: ‘Dotremont wilde graag ’n collectieve uitdrukkingswijze realiseren. Hij ging die samenwerking het eerst met Jorn aan.’ Dotremont zelf: ‘In het allereerste begin van Cobra, maart 1948, schilder ik het eerste “peinture-mot” met Jorn.’ Deze gezamenlijke werken zijn allemaal in het blauw uitgevoerd. Er was geen geld om andere verf te kopen.

Omslag Cobra nr 4. Collectie Ambassade Hotel

In 1949 kwam Dotremont onbedoeld in het centrum van de ongeregeldheden tijdens de grote Cobratentoonstelling in het Stedelijk Museum. Hij las er het tweede deel voor van zijn essay De grote natuurlijke samenkomst, waarvan hij het eerste deel had gepubliceerd in Cobra nr 4, de catalogus bij de tentoonstelling. De rel is nu de opvallendste gebeurtenis in de geschiedenis van de beweging. Hij haalde de voorpagina’s van de Nederlandse kranten. Dotremont legde het zelf later uit als een typisch onbedoeld Cobraschandaal en dacht ook de oorsprong van het conflict te weten. ‘Het was een ongewild schandaal dat te maken had met de gebrekkige samenwerking tussen de schilders en de schrijvers van de Nederlandse groep. Dat klikte niet. Lucebert en de anderen dachten dat er ’s avonds een lezing over poëzie was en de schilders hadden mij gevraagd het woord te voeren. Maar ik wist niet dat het over poëzie moest gaan.’ In plaats van de twee gedichten die het publiek verwachtte, las hij een lange – dacht men – theoretische tekst voor in het Frans waarin de Sovjet-Unie en het marxisme veelvuldig werden genoemd. Het publiek werd ongeduldig, er ontstond rumoer waarbij werd geroepen dat men geen Frans verstond en zelfs gevraagd waarom hij Russisch sprak.

Het rumoer irriteerde Constant en Aldo van Eyck. Zij gooiden een van de rumoermakers met stoel en al de zaal uit. Van Eyck: ‘Op hetzelfde moment begon achter me Doucet, de Fransman, te vechten.’ Het geheel leidde tot een breuk tussen de Nederlandse Cobraleden. De dichters stapten uit de beweging en gingen verder onder de naam de Vijftigers. De kranten stonden vol met koppen als: Trotskistische rel in Stedelijk Museum en Vechtparij in Museum te Amsterdam. Communistische rel eindigt in kloppartij.

Appel : ‘Er was niets aan de hand, alleen Dotremont sprak Frans, die sprak geen Hollands. En waarschijnlijk door het taalverschil is er een verwarring ontstaan, vermoed ik.’ En Dotremont zelf in 1962: ‘Men weet dat deze tentoonstelling in alle opzichten hét succes van Cobra is geweest; een manifestatie van deze sterkte werkt om te beginnen al op onszelf in. Ook mijn toespraak heeft zijn uitwerking op ons allen, omdat de stemming van vechten er bijzonder in naar voren komt. Aan vijanden geen gebrek! Aan de andere kant brengt het door deze rede verwekte schandaal ons een geweldige publiciteit: de Hollandse pers ontdekt Cobra, ziet er wel niets in, maar ontdekt toch: er komt meer publiek, het tijdschrift wordt verkocht.’

Dotremont ging hierna even gedreven door met zijn vele activiteiten voor Cobra, waaronder redactie van de vele Cobrabladen, de Cobraboeken en zijn medewerking aan de enige Cobrafilm in 1950, van Luc Zangrie met de titel Persephone. Daarnaast werkte hij met andere kunstenaars verder aan zijn peinture-mots. En ging hij logogrammen maken: tekens die geen schrift zijn, maar kunstwerken worden. De logogrammen doen denken aan Chinese kalligrafie, maar zijn in werkelijkheid gedichten, zij het onleesbaar. De leesbare tekst werd er door hem onder gezet. Sommige werken noemde hij: c’écrit c’est écrit mais ça n’était pas écrit.

In 1951 werden Jorn en Dotremont kort na elkaar met tbc opgenomen in het sanatorium in het Deense Silkeborg.

Cobra raakte hierdoor verlamd, een van de redenen waarom de leden gezamenlijk besloten met de beweging te stoppen. Dotremont over dit moment: ‘Cobra is een legende die wij gesticht hebben tijdens een bezoek aan Parijs in 1948. Wij zijn onmiddellijk teruggekeerd naar onze oorsprong en we hebben de naam Cobra gevormd, spelend met de namen Kopenhagen, Brussel en Amsterdam, onze steden. En we hebben de legende zelf beleefd, zoals bijvoorbeeld de reizen van Brussel naar Kopenhagen, van schrijven tot schilderen, van lachen tot schreien tot schreeuwen tot lachen tot scheppen. Chaotisch ritme op een volmaakt ware wijze opgedreven tot zelfs in een legende, en in 1951 meenden we dat deze legende vermoeiend werd en dat er een einde aan moest komen. En vooral door dit plechtige afkondigen van het einde van Cobra waren wij mythomanen.’

Dotremont zou de jaren daarna proberen de geest van de beweging niet te laten sterven. Jorn beschuldigde hem er zelfs van de fictie levend te willen houden.

Daarnaast bleef Dotremont samenwerken met anderen, zoals zijn vriend Karel Appel, Serge Vandercam en Pierre Alechinsky. Tussen 1956 en 1962 reisde hij drie keer naar Lapland, waar hij in plaats van logogrammen logoneiges maakte. Het wit van de sneeuw kreeg de hoofdrol.

In 1979 overleed Dotremont na een lang ziekbed.

Werk

Het werk dat zich in het Ambassade Hotel bevindt is een afgeleide van Dotremonts logogrammen. Hier heeft hij met een textuur, de taal van het materiaal, in dit geval stof, een afdruk gemaakt op een wit papier. En nu is de afdruk van de stof geen textuur meer, het is inkt op papier geworden. Waarschijnlijk is het ook een knipoog naar de Belgische surrealist Magritte, waarmee hij in zijn jonge jaren bevriend raakte. Ceci n’est pas une pipe.

Maar meer nog lijkt het een knipoog naar zijn Cobracollega en vriend Serge Vandercam, die zich verdiepte in texturen en licht. Samen voerden ze verschillen projecten uit met texturen, zoals het maken van modderbeeldjes.

Dotremonts werk is opgenomen in diverse museale collecties, zoals die van de Koninklijke Musea voor Schone Kunsten in Brussel, het Centre Pompidou in Parijs, Tate Modern in Londen en het MoMA in New York. Hij had ook enkele solotentoonstellingen. Het Centre Pompidou wijdde een tentoonstelling aan zijn logogrammen.

Literatuur
Cobra, Sint-Niklaas, Stedelijk Museum 21 sept – 26 okt 1975, Namur, Maison de la Culture 14 nov – 7 dec 1975
Jan Vrijman Cobra film
Volkskrant Paul Depondt − 19/03/99
Christian Dotremont, “Signification et sinification.” Cobra. Revue Internationale de l’art expérimental, n°7, Bruxelles, automne 1950, p. 19-20.
De laatste tekst die Dotremont schreef over Cobra verscheen eerder in In Celebration of 30 Years Cobra, een catalogus bij de tentoonstelling van logogrammen van Dotremont in de Lefebre Gallery in New York, januari 1979.
De tekst van Dotremont in de cat voor 1979