Corneille

In de collectie van het Ambassade hotel bevinden zich diverse werken van Corneille. Hieronder volgt een korte uitleg over wie deze kunstenaar was en wat de achtergrond is van de werken die u in het hotel kunt zien.

‘Ik maak eigenlijk alleen maar zelfportretten. Ieder schilderij dat ben ik.’

Corneille, “Figuur”, 1954. Collectie Ambassade Hotel

Corneille
Guillaume Cornelius Beverloo
Liège 1922 - 2010 Auvers-sur-Oise France
Schilder - Ceramist - Dichter

‘Kunst is beweging, kunst is leven, kunst is vreugde, een schreeuw, kunst is niet statig er zit dynamiek in kunst’ zegt Corneille in een van de vele documentaires over hemzelf en de Cobrabeweging.

Een bepalende gebeurtenis voor Corneille was in 1947 de toevallige ontmoeting in Amsterdam met een Hongaarse vrouw. Deze vrouw zag zijn werk en nodigde hem uit het in Budapest tentoon te stellen. Hij nam dit aanbod gretig aan. Tijdens zijn verblijf van vier maanden in deze stad raakte Corneille onder de indruk van zowel de vernietigende kracht van de oorlog, die nog zichtbaar was, als van de kennismaking met andere kunstenaars, waaronder Jacques Doucet. Corneille dompelde zich onder in de moderne kunst en genoot van de nieuwe omgeving. Hij schreef aan een vriend over de sfeer in de stad. ‘De tuinen lagen daar blauwig grijs in de warme middag zon. Alles trilde, vibreerde, gonsde, zong en bewoog. De vogels, de vlinders, vliegen, bijen, alles vloog, dwarrelde, buitelde en danste een wilde dans. De natuur ontplooide hier haar enorme vitaliteit, de mensch waakte niet meer, zij mocht haar gang gaan.’

Tijdens deze reis ging hij nadenken over de essentie van zijn kunstenaarschap. Hij vergeleek zich hierbij met andere kunstenaars zoals zijn vriend en collega Karel Appel.  In een volgende brief bracht hij dat onder woorden: ‘Mijn kracht ligt niet in  kleur in tegenstelling tot Karel die alles eerst in kleur ziet en dan pas de vormen en lijnen. Mij treft de vorm allereerst’

Leven
Cornelius Guillaume van Beverloo werd in 1922 in Luik, in België, geboren. Zijn ouders waren Nederlanders en op zijn vijftiende verhuisde het gezin terug naar Nederland. Tijdens de Tweede Wereldoorlog ging Corneille aan de Rijksakademie in Amsterdam studeren, waar hij Karel Appel leerde kennen. Ze bleken een grote ergernis te delen over de beperkte en achterhaalde opleiding aan deze academie. Al het nieuwe in de kunst werd uitgebannen.

Het laatste jaar van de Tweede Wereldoorlog was zwaar voor Corneille. Hij vertelde hierover aan de schrijver/schilder Hugo Claus: ‘In 1944 verliet ik de Academie, toen alle leven in Holland ophield. In de Hongerwinter zat ik alleen op een zolder, zonder contact met de mensen. Ik schilderde toen series hongerende mensen, lange, uitgerekte figuren in een grijze, schimmelachtige kleur. Die schilderijen heb ik bijna allemaal vernietigd. Ook het geestelijk contact ontbrak volledig in die tijd.’
Claus: ‘Toen kwam de bevrijding’
Corneille: ‘Met het voedsel stroomden de boeken, de tijdschriften, de reproducties binnen. Ik ontdekte Picasso, Matisse, Braque en natuurlijk schilderde ik toen onder hun invloed.’

Corneille, “La Belle d'une journée”, 1949. Collectie Ambassade Hotel

In 1947 werd Corneille één van de drie oprichters van De Experimentele groep Nederland. De groep ging kort hierna op in de Internationale Cobrabeweging met meer gelijkgestemde,  ‘experimentele’ kunstenaars uit andere landen. (zie voor meer hierover Cobra).

Corneille, “Litho in Reflex no. 1”, 1948. Collectie Ambassade Hotel

Corneille zegt hierover: ’Hoe verschillend onze richtingen waren en onze opvattingen, wij waren accoord over de voornaamste punten, namelijk de vrijheid van het directe gevoel van de mens, de voorrang op esthetische problemen van de zuiver instinctieve ladingen.’ Voor hemzelf was de Cobratijd vooral een tijd van veel experimenteren met motieven en materiaal. Hij droeg daarnaast ook actief bij aan de Experimentele- en Cobrapublicaties.

Op de cover van het eerste nummer van Reflex, het blad van de Experimentele groep, staat bijvoorbeeld een werk van hem.

Reflex nr 1, 1948. Collectie Ambassade Hotel.

Na een turbulente tijd spatte de Cobrabeweging in 1951 om meerdere redenen uit elkaar. Voor Corneille was op dat moment al een nieuw tijdperk aangebroken. Hij was namelijk met zijn Nederlandse collega’s Appel en Constant in Parijs gaan wonen. Parijs zou zijn verdere leven zijn ‘thuis’ blijven. Hij ging bovendien steeds meer reizen. Eerst kriskras door Europa en Noord- Afrika en vervolgens ook naar Sub Sahara Afrika, Amerika en andere plekken op de wereld.

‘ik heb een vogelnaam en een vogel trekt,’ is de eenvoudige verklaring die hij voor het vele reizen geeft.

Corneille in de collectie van het Ambassade hotel
Het Ambassade hotel heeft een aantal interessante werken uit het vroege oeuvre van de kunstenaar. Behalve een opmerkelijk schilderij zijn er ceramische werken, litho’s, tijdschriften, modificaties en tekeningen.

Corneille, “Zonder titel”, 1949. Collectie Ambassade Hotel

Een mooi voorbeeld van een vroeg werk is bovenstaande  tekening. Hij heeft hierin enkele typische Cobra-elementen verwerkt. Zoals het instinctieve voorrang geven: dat wil zeggen met een leeg hoofd op een leeg vel beginnen. Mooi onderdeel zijn de twee grondvormen, die zijn verschenen. Ze komen voortdurend terug in ander werk van Corneille en bij andere Cobrakunstenaars. Het gaat om het extreem vierkante en extreem ronde hoofd dat een onderdeel wordt van de Cobrataal: de kinderhoofdjes of kindertekening-hoofdjes

Corneille, “Zonder titel”, 1949 en 1985 (modificatie eigen werk). Collectie Ambassade Hotel

Ander mooi werk laat de invloed van Picasso zien op Corneille, zoals hij zelf al vertelde in bovenstaand interview met Claus. Vooral Picasso’s vissen en vrouwen zijn onmiskenbaar van invloed geweest op Corneille’s Vrouw met vis.

Corneille, “Vrouw met vis”, 1948. Collectie Ambassade Hotel

De vis wordt in andere werken van Corneille al snel vervangen door een vogel want zijn naam, Corneille, betekent eigenlijk kraai. De vogel is bij hem net als de vis een seksueel geladen symbool en in zijn werk bijna altijd in de directe omgeving van een naakte vrouw. ´Corneille schildert Corneille´zegt hij hierover. Maar vogels zijn meer dan dat. Ze zijn ook interessant omdat ze een bek, poten, vleugels hebben en in beweging zijn. Ze schrijven, volgens hem, in de hemel. Het zijn tekens in de lucht. Corneille ziet zijn werken dan ook als een veld waarin vogels zich in kunnen bewegen.

Corneille, “Zonder titel”, 1949. Collectie Ambassade Hotel

Andere verrassingen in de hotelcollectie zijn de ceramische werken. Ze stammen uit twee vroege periodes. Het eerste werk uit de periode 1948-49, toen hij, samen met zijn collega’s, de gelegenheid kreeg in de steenfabriek van Tegelen te werken.

Corneille, ceramiek, 1948. Collectie Ambassade Hotel

De andere drie zijn van na de Cobrabeweging toen Corneille door ex-Cobralid Asger Jorn in de vijftiger jaren werd uitgenodigd,  om in Albisola (Italië) samen te werken met de plaatselijke handwerklui en andere kunstenaars. De ruwe materialen werden door de kunstenaars beschilderd op een spontane directe wijze met soms doorzichtig gekleurd glazuur.

Corneille, ceramiek, 1948. Collectie Ambassade Hotel

In onderstaande borden zijn de voor hem kenmerkende, architectonische of landschappelijke, compacte composities te herkennen die Corneille vooral in de jaren vijftig maakte.  

Corneille, ceramiek, 1955.
Collectie Ambassade Hotel

Corneille kreeg al meteen na WO II regelmatig de kans om in zowel Nederland als in het buitenland zijn werk tentoon te stellen en men begon voorzichtig zijn werk te kopen. Zo kocht in 1953 het bekende verzamelaarsechtpaar Hans en Alice de Jong Astre et animal,  het was één van hun eerste aankopen en daarom zeer dierbaar. Nu maakt dit schilderij deel uit van de collectie van het Ambassade hotel.

Corneille, “Astre et animal”, 1953. Collectie Ambassade Hotel / voorheen collectie Hans en Alice de Jong

De vormen op het schilderij moeten een ster en een dier verbeelden volgens de titel. De ronde vorm van de ster, waarbinnen hier meerdere cirkels te zien zijn, is typerend voor Corneille en komt in talloze werken terug. Soms als de zon, soms als de borsten of de wangen van een vrouw. Cirkels zijn belangrijk in Corneille’s werk. Het is een plek van rust, zoals een plein in een stad. De cirkel is voor hem daarbij ook een vorm van harmonie.

De collectie wordt nog steeds uitgebreid met vroege werken van Corneille. Recentelijk nog met onderstaande spectaculaire ‘modificatie’ (een bewerking van andermans werk). De precieze ontstaansgeschiedenis van dit werk, met de Cobraslang en Cobramond is nog niet helemaal duidelijk. Mogelijk in de nabije toekomst wel, na meer onderzoek.

Meer over Theo Wolvecamp, Karel Appel, Brands, Constant, Jacques Doucet, Anton Rooskens, Dotremont, Tajiri, Cobra, de locaties waar de werken hangen, Wouter Schopman (de verzamelaar).