Het verhaal achter de verzameling

Hoe een hoteleigenaar verzamelaar werd van Cobra-kunst

"Dat die kunstenaars dat gedurfd hebben in die stijve en burgerlijke tijd. Dat bewonder ik zo aan hen: het lef dit te doen" is een van de vele redenen die Wouter Schopman geeft voor zijn fascinatie voor de Cobra-beweging.

Wouter Schopman, die naast hotelier ook uitgever is (Uitgeverij Samsara), kwam tot bovenstaand besef tijdens zijn bezoek aan de tentoonstelling "Cobra 40 jaar later" in 1988 in de Nieuwe Kerk in Amsterdam. Deze tentoonstelling, samengesteld uit werken van de Karel P. van Stuijvenberg-collectie, confronteerde Schopman met de kracht en het karakter van het werk van deze kunstenaars in hun tijd. Hij had zich bovendien niet gerealiseerd dat CoBrA ook een Deense en een Belgische exponent had. Cobra bleek tot zijn verrassing een belangrijke internationale beweging te zijn geweest.

Terugblikkend op die tijd heeft Schopman in eerste instantie het gevoel dat hij elke dag naar deze tentoonstelling ging, maar in werkelijkheid zal het een keer of vier of vijf geweest zijn, vermoedt hij, na langer nadenken.

Duidelijk is in ieder geval dat hij gefascineerd was en dat de verzamelaar Karel P. van Stuijvenberg en diens collectie hem sterk hadden geïnspireerd.

"Cobra, 40 jaar later" in de Amsterdamse Nieuwe Kerk in 1988, uit het Nederlands Dagblad

Al snel kocht Schopman grafiek van Eugène Brands. Tevens realiseerde hij zich dat zijn Ambassade Hotel op termijn een bij uitstek geschikte omgeving was om een Cobra-verzameling en gerelateerd werk te herbergen.

Eugène Brands, untitled, 1951, Collectie Ambassade Hotel

Schopman was toen al bevriend met Alice de Jong, die regelmatig in het Ambassade hotel verbleef. Alice en haar inmiddels overleden echtgenoot, de industrieel Hans de Jong, hadden in hun woonplaats Hengelo en later in Ascona een grote verzameling kunstwerken van Cobra-kunstenaars en andere grote meesters opgebouwd. Toen Alice de Jong en Schopman zich bewust werden van hun gezamenlijke passie voor deze kunst, werd Cobra een geliefd gespreksonderwerp tussen hen beiden. Alice gaf hem zo nu en dan een klein Cobra-werk op papier van de hand van Theo Wolvecamp cadeau. Er ontwikkelde zich een diepe vriendschap tussen hen.

Dit werk door Wolvecamp is een van de aan de Ambassade Hotel collectie gedoneerde werken door Alice de Jong.

In Ascona, bij Alice de Jong, leerde Schopman in mei 1990 de schilder Theo Wolvecamp kennen. Wolvecamp had, zo vernam hij, de familie De Jong jarenlang geadviseerd bij het aankopen van werken en bleek een enorme bron van kennis te zijn. Schopman raakte gefascineerd door diens kennis en verhalen over voorheen. Alice de Jong, Wolvecamp en Schopman hebben in mei 1990, voor zijn gevoel, drie dagen non-stop over kunst gesproken.

Alice de Jong, Theo Wolvecamp en Wouter Schopman. Ascona, mei 1990

Alice ging hem verder onderwijzen in Cobra aan de hand van de vele werken die de wanden bedekten van haar huis in Ascona. Schopman bezocht haar daar elk jaar en Alice kwam circa twee keer per jaar naar het Ambassade hotel. Tijdens die bezoeken was ook Wolvecamp regelmatig in het hotel te vinden.


Inmiddels maakt Wouter Schopman deel uit van een indrukwekkende rij gepassioneerde verzamelaars van Cobra-kunst. Zijn grote voorgangers waren onder andere de al eerder genoemde zakenman Karel van Stuivenberg, de meubelontwerper Martin Visser, de architect Aldo van Eyck en natuurlijk het echtpaar Hans en Alice de Jong. Al deze verzamelaars zijn van groot belang geweest voor de erkenning en ondersteuning van de Cobra-kunstenaars.

Martin Visser was waarschijnlijk de eerste verzamelaar die de kracht van deze nieuwe beweging inzag. Hij leerde de net afgestudeerde jonge mannen kennen toen ze nog aan het prille begin stonden en herinnerde zich van die periode: ‘Ik kom uit een hele nette boel en als je dan daar komt! In die verschrikkelijke chaos. Een toilet was er niet. Dat was niet te geloven zoals die jongens leefden. Dat was heel bijzonder. …maar ja ze lachten erom.’ Het was ook hun karakter en hun branie die hem aansprak. ‘Wacht maar af ’ had Karel Appel, wachtend op de tram, tegen Martin Visser gezegd. ‘Wij worden beroemd!’. Het maakte grote indruk op Visser. ‘Die armoedige jongens en dan zo een tekst.’ Hij geloofde het en ging hun werk kopen.

De Verzameling

Van zowel Stuivenberg, Wolvecamp als De Jong leerde Schopman zich te richten op de grotere groep rond Cobra en niet alleen op de usual suspects als Constant, Corneille en Appel. Hij besloot te beginnen met het werk van Wolvecamp zelf. Na diens overlijden kreeg hij de gelegenheid van de erven talloze grote en kleine werken te verwerven. Ook uit de collectie van Hans en Alice de Jong zijn diverse werken in de collectie Schopman terechtgekomen. Zo kocht hij zeven werken uit de collectie De Jong op een grote veiling na het overlijden van Alice de Jong. Hieronder ziet u drie van de zeven werken getoond van respectievelijk Wolvecamp, Corneille en Appel.

Opvallend is het aanzienlijke aantal vrouwelijke kunstenaars in de collectie van het Ambassade Hotel, zoals Lotti van der Gaag en Jacqueline de Jong. De meeste vrouwen zijn in het grote Cobra-geweld enigszins op de achtergrond geraakt. Schopman geeft ze een mooie plek in zijn hotel.

Een van de belangrijkste elementen van de zich nog steeds uitbreidende collectie is dat zij laat zien dat de kunstwerken van Cobra nog niets aan betekenis hebben verloren. Dat komt vooral heel mooi tot zijn recht in het chique interieur van het Ambassade Hotel. De kunstwerken gaan een confrontatie aan met deze omgeving. Mooi is ook dat je in het Ambassade Hotel kunt leven tussen de kunstwerken. Je kunt er achteloos langslopen of uren naar kijken. Elke keer ontdek je weer nieuwe aspecten. Dat is waarschijnlijk vanaf het begin de bedoeling geweest van Schopman.

Het recent heropende Stedelijk Museum heeft trots een groot aantal van haar collectie Cobra-werken in de zalen getoond en ook het Rijksmuseum verzamelt momenteel deze twintigste-eeuwse kunstenaars. Hét museum voor Cobra-kunst is natuurlijk het Cobra Museum in Amstelveen. In dit prachtige museum zijn belangrijke Cobra-kunstwerken te zien, waaronder het deel van de Stuivenberg-collectie dat door dit museum werd aangekocht. Ook het Stedelijk Museum Schiedam beschikt over een prachtige Cobra collectie. 

Meer over Theo Wolvecamp, Karel Appel, Corneille, Brands, Constant, Anton Rooskens, Dotremont, Tajiri, Doucet, Cobra, de locaties waar de werken hangen.