Geschiedenis van het hotel (vervolg)

In de negentiende eeuw beheersen neoclassicisme, neorenaissancisme en andere stijlvormen het straatbeeld. De negentiende-eeuwse mode van het verplaatsen van de ingang naar de begane grond en daarmee de sloop van de stoepen veranderde ook veel in het aanzicht van de grachtenpanden. Een stoep voor een negentiende-eeuwse gevel wijst er dan ook vaak op dat een pand in de kern veel ouder is.

In deze tijd doet ook de grootschaligheid haar intrede. Dit fenomeen breidt zich met name in het eerste kwart van de twintigste eeuw uit; er wordt veel gesloopt ten gunste van banken en kantoren die hun accommodatie willen vergroten. Deze tendens zet verder door, waardoor de verhouding wonen-werken in de twintigste eeuw weer kantelt. Kortom, de Herengracht is wat bebouwing betreft een mengeling van zeventiende-, achttiende- en negentiende-eeuwse stijlen met hier en daar ook iets twintigste-eeuws.

In eerste instantie werd de gracht niet aangelegd om vervoertechnische redenen, en ook niet voor het mooie stadsbeeld. Op oude prenten valt op dat er nauwelijks bootjes varen en dat er ook geen schepen zijn aangemeerd. Het primaire doel was namelijk ontwatering van de zompige bouwgronden.

Dat neemt niet weg dat het water wel handig was en er ook nog eens fraai uitzag. Nog aantrekkelijker werden de grachten door de bomen die al snel werden geplant en het water met hun takken nu fraai overwelven – mooi en lommerrijk, maar wederom niet handig met laden en lossen.